Dit essay is geschreven in 2021 en is wat verouderd op vlak van mijn eigen politieke meningen, maar het dient als een soort anker om weer te geven waar mijn gedachtengoed in genesteld zit. Vandaag ben ik meer genuanceerd, maar veel van de scherpe meningen hieronder houden nogsteeds stand binnen mijn huidig denken.
Als een student bezeten door de politiek en de studie ervan slingeren mijn vrienden mij vaak wat ludieke termen naar mijn hoofd. Die variëren van “pessimist”, “radicaal” tot mijn persoonlijke favoriet: “Jij wordt later dictator van België”. Het is grappig om te zien hoe mensen in mijn leeftijdsgroep die zich totaal niet bezighouden met politiek reageren als je tien minuten lang probeert uit te leggen dat een liberale democratie vooral een show is die dient om mensen de illusie van vrije keuze te geven. Terwijl Jeff Bezos en Co. creatieve manieren vinden om de werkende klasse te onderdrukken en onze planeet te blijven vervuilen.
De meeste mensen houden zich niet graag bezig met politiek, of dat denken ze toch. Maar je niet bezighouden met politiek is volgens mij ook een uitdrukking van politiek positioneren. Zoals Abdelmalek Sayad ooit zei: “To exist is to exist politically”. Niet actief aan politiek doen betekent vaak dat je de luxe (tijd, middelen, invloed, …) niet hebt om je met politiek te bemoeien of erover na te denken, maar soms betekent het dat je juist wel de luxe hebt om je niet te bemoeien. Je bent of tevreden met het systeem of het systeem zorgt ervoor dat je je boosheid en ergernis niet of moeilijk kan uiten. “Het kunnen bemoeien”, de vrijheid hebben om dat te doen, maakt het verschil.
In het Turks hebben we een heel mooie uitdrukking, namelijk: “Tuzu kuru.” of “Zijn zout is droog.”. Een uitdrukking om onbezorgde mensen in gunstige omstandigheden te beschrijven.
In dit essay ga ik me eerder richten tot diegenen wiens zout wel degelijk droog is – wiens bestaan minstens comfortabel is.
Is politiek dan echt zo saai?
Vaak hoor ik rond mij dat politiek saai is. De meesten krijgen bij het horen van het woord al snel een mentaal beeld van out of touch politici die in een parlement over iets triviaals discussiëren. Dit beeld is niet per se foutief en ik ga er zelfs deels mee akkoord. Mijn probleem met de uitspraak “politiek is saai” is dat het een teken is dat mensen de politieke status quo hebben geïnternaliseerd als één van de vele irritaties van het dagelijkse leven. De uitspraak voelt als een soort van opgeven. Waarom zou je je uiteraard moeten bemoeien met een systeem dat jou toch niet benadeelt? Het is jammer om te zien hoe een intense strijd tussen socio-economische klassen gereduceerd kan worden tot simpelweg het woord “saai”.
Ik heb het lang moeilijk gehad met die uitspraak en om mijn ergernis in te tomen. Hoe durf je zomaar al die rijke bourgeois zakken toe te laten de derde wereld leeg te roven? Hoe durf je een systeem te onderhouden dat de werkende klasse laat kiezen tussen werken of honger lijden? Hoe durf je het koloniaal verleden van het Westen te minimaliseren tot “maar het verleden”? Hoe durf je …
Wat ik ondertussen heb begrepen is dat me hier om boos maken niemand zal motiveren om zich open te stellen en zich te verdiepen in deze onderwerpen. Als we naar Emile Durkheim luisteren begrijpen we dat samenleving en individu elkaar maken, dus we moeten ons niet verbazen dat een systeem dat best functioneert met onverschillige en onkritische burgers die ook zal creëren.
Maar wat we niet uit het oog mogen verliezen is dat de bevolking collectief zeker en vast in staat is om het systeem om te keren. Diegenen die dit essay vrijwillig lezen zijn waarschijnlijk zoals ikzelf tot op een bepaald niveau politiek geëngageerd. Mijn oproep tot ons politieke boekenclubje is dat we zulke mensen moeten laten beseffen dat hun zout droog is en dat ze zich op een geïnformeerde wijze toch zouden inlaten met de politiek. Dit engagement hoeft zeker niet een stem te zijn voor een bepaalde partij. Het kan het lezen van bepaalde boeken of academische werken, het luisteren naar een bepaalde podcast, en zelfs het bekijken van een bepaald YouTube kanaal zijn. Antonio Gramsci zei: “To tell the truth is a revolutionary act.”, dus dan is de waarheid opzoeken en bekend maken toch ook al een stevig begin om de wereld te verbeteren.
Ongeïnteresseerd, maar niet onverschillig
Nog een tendens die ik heb opgemerkt doorheen mijn halfdronken politieke debatten met mensen op café is de volgende: mensen lijken ongeïnteresseerd te zijn in de politiek, tot op het moment dat er ideeën worden aangehaald die hun dierbare systeem in twijfel trekken – die hun zout zouden kunnen nat maken?
Geprivilegieerden binnen een systeem zien pleiten voor fundamentele verandering als “extreem” en accepteren het in stand houden van hun eigen leefwereld als apolitiek. Op deze manier krijgen diegenen die zich op kritische en academische wijze hebben geïnformeerd over en verzet tegen de hedendaagse economische en politieke schikking een slechte naam. Dit is een uiting van de instandhouding van wat Gramsci hegemonie noemt: de behoudsgezinde bevolking die zichzelf in een valse klassensolidariteit bevindt met de heersende klasse. De wereld gecreëerd na de val van het Ancien Regime en de opkomst van de industriële revoluties wordt nu aanvaard als een natuurlijk gegroeide biotoop in plaats van een manifestatie van kapitalistische machtsstrijd en sociale strijd die tot een systeem van bourgeois hiërarchische machtsstructuren geleid hebben. De status quo en haar in stand willen houden is “normaal” , die willen veranderen is vermetel en extreem.
Deze houding voegt nog een extra barrière toe aan het politieke discours. Als de “apolitieke” persoon zichzelf ook zo beschouwt in het bestaande systeem, betekent dit dat hun wereldbeeld veel dieper gegrond en onveranderlijk is dan als deze persoon zich zou informeren over hoe zeer inherent politiek hun wereldbeeld weldegelijk is. Hier is dan het belang om in beeld te brengen dat ten eerste het systeem noch noodzakelijk noch wenselijk is. Ten tweede dat deze verdedigen op veel vlakken contraproductief is en het ten derde dus politiek-ethisch moeilijk te verdedigen valt.
Het systeem is goed, toch?
Veel mensen krijgen vanaf een jonge leeftijd de boodschap mee dat alles met mate hoort te zijn. Té veel van iets is nooit goed. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel mensen deze logica meenemen naar hun politieke denken, wat niet onredelijk is. Het probleem dat dit jammer genoeg doet ontstaan is, zoals ik al had aangehaald, dat opinies die dan afwijken van deze “gematigde” norm als radicaal worden bestempeld.
Toegegeven, de gemiddelde persoon zal het adjectief ‘radicaal’ niet snel gebruiken, maar de negatieve connotatie ervan is wel ingebeiteld in het denkkader van velen. Dit lijkt me ook logisch binnen een (neo)liberaal of zelfs conservatief gedachtengoed. Er is niets meer bedreigend voor de heersende orde dan een revolutie, maar een revolutie is niets zonder revolutionairen. En een revolutionair is inherent radicaal. Hier zie ik een schijn van hypocrisie in het denkbeeld van de status quo. Als we leren over de geschiedenis en de politieke revoluties van de 18e en 19e eeuw twijfelt niemand aan de nood aan revolutie voor fundamentele verandering, of aan de moraliteit van de revolutionairen; maar als we dat inzicht doortrekken naar onze hedendaagse context springen mensen op uit hun stoel. Het idee van geweld en chaos met als doel de politieke en economische macht te herschikken ligt ver van hun bed. Dit komt weeral, omdat hun zout droog is. Ze zien geen persoonlijk voordeel aan het veranderen van een systeem dat volgens hun rechtvaardig en zo pacifistisch mogelijk is.
Als we iets zouden geleerd moeten hebben uit de geschiedenis is het de volgende: de elites zijn niet uw vriend. De Marie-Antoinette’s van de wereld zijn misschien onthoofd (al dan niet symbolisch), maar hun positie in onze maatschappij is enthousiast overgenomen door de volgende generatie wereldvreemde sociopatische uitbuiters die zich geen ogenblik druk maken om de onmeetbare hoeveelheden menselijk en dierlijk leed dat ze tot vandaag blijven veroorzaken.
Er ontbreekt in de dominante maatschappelijke consensus een grondig inzicht in de allesbehalve pacifistisch en rechtvaardige tandem die bestaat uit de liberale staat en haar kapitalistische vrienden.
Deze tandem specialiseert zich in twee vormen van offensief gedrag tegenover de gemiddelde persoon. De kapitalisten buiten uit via kapitaal- en arbeidsmarkt (zoals Marx en marxisten zo duidelijk uitgelegd hebben) en de liberale staat zorgt ervoor dat ze daarmee kunnen doorgaan via controle en geweld die ze zelf legitiem noemt. In het onderwijs worden deze beide concepten vaak op een onvolledige manier benaderd, omdat het onderwijssysteem en zijn pedagogische invulling hoofdzakelijk systeembevestigend werkt.
Meestal wordt legitiem geweld benaderd vanuit een rationaliserend standpunt. “De staat moet wel een monopolie op geweld hebben omdat er anders chaos en anarchie is.” Argumenten van die aard horen we vaak als de politie bekritiseerd wordt. Maar wat als we gaan kijken naar de lange geschiedenis die dit monopolie op geweld heeft in context van de klassenstrijd. Hier is de politie, die functioneert als de ijzeren vuist van het systeem, niet meer een neutrale en orde scheppende kracht, maar een onderdrukker van de machtelozen, een klassenverrader en een beschermer van kapitaal. Van union busting tot neerschieten van stakende arbeiders, de geschiedenis staat er vol van. Of in het hedendaagse tijdsbeeld: armen arresteren die stelen uit winkels om te kunnen eten , daklozen en vluchtelingen wegjagen uit het straatbeeld, disproportioneel arresteren en straffen van niet-blanken voor gelijkaardige overtredingen, duidelijke fascistische sympathisanten binnen politiekorpsen en legers – en nog veel meer.
Repressie van het proletariaat zal niet verdwijnen zolang het exploitatieve en gewelddadige kapitalisme heerst. Een kapitalisme dat niet enkel op onze werkvloer haar parasitisch bestaan bevestigt, maar uitdrukkelijk ook op internationale schaal haar neokoloniale stempel drukt op de verhoudingen tussen en binnen het Noorden en globale Zuiden.
Het inherent gewelddadige karakter van het kapitalisme wordt in een jas van persoonlijke verantwoordelijkheid gestopt: wie niet werkt, verliest het weinige dat hij of zij al heeft. Het feit dat de proleten enkel hun arbeid hebben om geld mee te verdienen plaatst hen in een onontkoombare omstandigheid van loonarbeid. Als je niet werkt, verhonger je en als je in opstand komt dan treedt het controle-apparaat in actie. Klinkt niet al te pacifistisch in mijn oren, maar de heersende klasse duidt deze relatie loonwerk-welstand uiteraard als een natuurlijk gevolg van persoonlijke verantwoordelijkheid. Als de arbeider slimmer en harder had gewerkt zoals de eigenaar van zijn bedrijf zou hij nu ook in een riante positie verkeren. Uiteraard is dit nogmaals een bedrieglijke voorstelling van zaken (die velen in de bezittende klasse zelf ook geloven). Leg maar eens uit aan het 12-jarig meisje dat voor een hongerloon ergens in het verre oosten je sneakers in elkaar timmert, dat als ze maar harder had gewerkt ze het beter zou hebben.
Pick your poison
Ik beklaag me erover dat we vanaf een jonge leeftijd al worden meegenomen in het idee dat ons westers systeem zelfs relatief moreel verantwoord is. Deze overtuiging vind ik mooi verwoord in de quote van Westers politiek idool en (zelfs voor zijn tijd) befaamde racist Winston Churchill: “It has been said that [liberal] democracy is the worst form of government, except for all the other ones”.
“Het is niet perfect maar een beter alternatief bestaat niet echt dus denk er ook niet over na. Blijf maar gewoon doen wat je baas van je verwacht en ga stemmen. Sta er zeker niet stil bij of dit allemaal wel zo moet zijn en wie hier echt de voordelen van raapt, want dan ben je een gevaar voor democratie en ons geweldige systeem!” is uiteindelijk de conclusie dat we bereiken als we nooit stilstaan bij de feiten. Het liberale denken is een belediging voor het kritisch denken, een echte oxymoron. Er is niets vrij in ons systeem, niets eerlijk behalve voor degenen aan de top.
Eenmaal we het inherente geweld dat het systeem afdwingt begrijpen, kunnen we het revolutionair standpunt logisch vinden en verdedigen als iets meer dan louter extreem en destructief, maar als iets rationeel, moreel verantwoord, bevrijdend en egalitair. Eventueel zal ook het inzicht groeien dat een systeem verdedigen dat ouderwets, naïef, inherent exploitatief, elitiair, seksistisch, racistisch, algemeen xenofobisch, genocidaal, imperialistisch gericht en ecologisch destructief is uiteindelijk een extremere houding is dan het systeem willen omgooien.
Leave a comment