Het concept van onderwijs op een massale schaal vormt al jaren een grote bron van vragen en discussieonderwerpen voor mij. Een aantal van mijn vroegste herinneringen zijn van mijn grootvader en moeder hun verhalen over hun eigen schoolleven in het Turkije van de 20ste eeuw. Wat me vooral bijbleef van die verhalen was hoe een onnodig autoritair en brutale plek scholen wel niet konden zijn in de tijd van mijn ouders en grootouders. Ze gaven me dan ook altijd mee dat het allemaal veel onaangenamer was in hun tijd en dat dit ook enig protest uitlokte. Ik weet nog de dag dat mijn moeder me de videoclip toonde van Another Brick in the Wall van Pink Floyd en me vertelde dat het verboden was om naar het lied te luisteren op haar college in Ankara. Dat anti-autoritaire aspect dat de klassieker van Pink Floyd perfect uitbeeldt is me altijd bijgebleven. Ik ben als kind dan ook meteen naar school beginnen kijken als een soort autoritair kamp waar ik met dwang naartoe gestuurd werd in plaats van als een wonderlijk leerparadijs zoals het zichzelf graag voordoet. Een autoritait kamp waar het de bedoeling was om mijn individiualiteit te minimaliseren en me te dwingen tot conformisme. Ik was een heel leuk kind om in je klas te hebben.
Uiteraard zie ik vandaag de dag het nut van onderwijs als veel evindenter dan als kind, maar ik blijf enorm kritisch tegenover heel wat basisassumpties in ons onderwijs. Het is eenvoudig om de grote aanwezige problemen in het schoolsysteem te minimaliseren of algeheel onder de mat te schuiven omdat je zelf nooit meer scholier zal zijn. Ik vind dit nochthans een laf excuus dat vooral ouderen gebruiken wanneer ik een appel maak om het schoolsysteem aan te passen. Vaak is de feedback iets heel conformistisch zoals “we hebben het allemaal moeten doen” of “zo zit het nu eenmaal in elkaar”. Zulke uitspraken hebben zelden constructieve waarde in een discussie. Als we onze creativiteit niet durven gebruiken om ons onderwijs te problematiseren en de nodige aanpassingen te maken gaan we tegen een hele hoop muren aanbotsen in de toekomst.
Wat is er dan mis?
Mijn centraal argument voor dit essay is dat scholen naast onderwijs en opvoeding te bieden ook als een kleine simluatie van de samenleving functioneren. Deze simulatie zou dan idealiter burgers grootbrengen die onze democratische idealen met de paplepel hebben meegekregen. Hier vrees ik dat het misgaat.
We trotseren ons in België net zoals de andere westerse rechtsstaten op dat we een eerlijk en goed doordachte democratie als politiek systeem hanteren. Deze trots wordt vaak als ideologische munitie gebruikt tegen minder democratisch gezinde machtsrivalen zoals China of Rusland. “Kijk hoe goed wij het hier hebben met dank aan onze democratie en rechtssysteem. Daar hebben ze dat niet.” Dit is allemaal goed en wel in de zin dat de fundamentele rechten en vrijheden die ons worden beloofd en grotendeels ook werkelijk toegekend weldegelijk een postieve impact hebben op onze levenskwaliteit. Waar ik het dan toch zou willen problematiseren is dat dit soort zelfverheerlijking in de langere termijn voor wat blinde hoeken zorgt in onze politieke analyses.
Ik stel dat ondanks we een enorm liberale grondwet kennen en een lange geschiedenis hebben van een heleboel binnenlandse problemen die we op democratische wijze hebben weten op te lossen, dat we toch in twee plekken waar we veel tijd doorbrengen structuren kennen die vrij hard botsen met onze eigen idealen. Deze twee plekken zijn school en de werkvloer. Ik beperk me in dit essay tot scholen, maar een langer essay over de democratisering van de werklvoer zal in de toekomst volgen.
Een school is een soort kleine autocratie met een politiek beslissingsorgaan, een administratie, handhaving en een bevolking van arbeiders/burgers. Directie, personeel en leerlingen dus. Deze strikte hierarchie is een vrij hardnekkig beestje moest u ooit het ongenoegen hebben om ermee in een dispuut terecht te komen. Als student heb je als individu quasi geen macht om beslissingen van het directoraat te beïnvloeden. Je leert naargelang je ouder en minder hormonaal en rebels wordt je neer te leggen bij een kille realiteit: je hebt hier eigenlijk niets te zeggen. Ik vrees dan ook dat jongeren op te voeden met dat gegeven hun vrij veel politieke vaardigheden miskent en zo ook onze democratie en politieke creativiteit tegengaat en dus verzwakt.
Ik ken zelf een lange geschiedenis van tegen het systeem te proberen vechten in zaken waarin ik achtte dat ikzelf of een ander oneerlijk behandeld zou geweest zijn. Door die geschiedenis heb ik die kille realiteit dan ook eigenhandig moeten doorslikken. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden van mijn ervaringen in raging against the machine. Verder onderaan bespreek ik hoe dat een schoolsysteem dat studenten niet enkel een luidere stemt geeft, maar ook een bepaalde beslissingsmacht een weg vooruit zou kunnen zijn.
Perron 3000
Wie heel toevallig goed het nieuws heeft gevolgd in eind 2019 zal misschien iets vaag herinneren bij het horen van “Perron 3000”. Dit was nochthans een vrij essentieel moment in mijn middelbare schoolcarrière.
De essentie van het verhaal houdt in dat de LKSD of de Leuvense Katholieke Scholen aan de Dijle (een orgaan waarbij, onder andere, de directies van mijn en twee andere Leuvense scholen collectief beslissingen nemen) had besloten om naar de toekomst toe het Sint-Pieterscollege (SPC aka mijn school), het Heilig-Drievuldigheidscollege (HDC) en Paridaens samen te voegen tot één grote monsterschool.
Het idee was om de campus van elke school per graad op te splitsen om zo waarschijnlijk een hele hoop organisatorische voordelen te bekomen. Waar ze nochthans niet aan gedacht hadden toen ze op zeer nonchalante wijze via een Smartschool e-mail dit plan aankondigden was dat deze drie scholen een zekere eigen identiteit en rivaliteit tussen elkaar kennen. Niets enorm uitgesproken of doorslaggevend, totdat men die identiteit dreigde weg te nemen. Het machteloosheidsgevoel dat onder de leerlingen en leerkrachten heersde zette zich al snel om in woede en protest.
Het resultaat was massale zitstakingen van studenten en leerkrachten om de directies van de drie scholen te wijzen op hun onwijze beslissing. Het escaleerde verder tot een en masse bestorming van Paridaens door studenten van HDC en SPC alsof het La Bastille was om onze woede te tonen tegenover de school die niet aan het staken was. Als ik me het ook juist herinner was het resultaat dan ook dat het plan voor Perron 3000 tenminste zou herbekeken worden.
Kledingstaking
In mijn laatste jaar van het middelbaar kenden we een extra warme laatste paar weken. Naast de brandende realisatie dat klimaatverandering een bittere realiteit is deed dit weer een hoop studenten creatiever omgaan met de kledingsregels om toch koel te kunnen blijven. Dit deed, vooral bij vrouwelijke leerlingen, enorm veel conflict ontstaan met de directie en een aantal leerkrachten aangezien bepaalde zomerse kledij die meer voorkomend is bij vrouwen tegen het schoolreglement inging: de fameuze spaghettibandjes en croptops.
In dit geval speelde er ook een persoonlijk aspect mee. Ik had namenlijk met mijn eigen ogen gezien dat een oudere mannelijke leerkracht een ongepaste opmerking gaf over de kledij van een van de leerlingen. Dit zestienjarig meisje werd dan vervolgens enorm gefrustreerd met de oudere man en begon hem te confronteren over zijn smaakloze opmerking. De leerkracht, die sowieso al niet het makkelijkste karakter had om tegen te spreken over zijn problematische gedragingen, gaf een even gefrustreerde reactie terug en bedreigde het meisje met een straftaak voor haar “onrespectvol” gedrag.
Ik vond de ironie overweldigend en besloot om naar de directie een mail te sturen. Ik stelde dat een school als de onze het meisje zou moeten steunen in haar dappere daad om een oudere mannelijke machtsfiguur te confronteren over een uitspraak die haar ongemakkelijk maakte. Indien de school hier de leerkracht en zijn straftaak zou verdedigen zou dit een zeer fout bericht sturen naar de rest van de leerlingen.
Ik werd de dag na het sturen van mijn mail persoonlijk aangesproken door de co-directeur die me vertelde dat hij en de directrice de mail hadden gelezen en dat ze het goed geschreven vonden. Voor een moment had ik hoop. Voor een moment geloofde ik dat mijn opstand een verschil teweeg zou brengen en eventueel een leerkracht zou wijzen op hun ongepast gedrag in plaats van de leerling. Maar helaas mocht het niet wezen. Een aantal dagen na dit gebeuren ontving de gehele school een zeer uit de hoogte geschreven e-mail “ter herinnering van de kledingsregels”. Hierop volgde enorme woede en frustratie dat uiteindelijk resulteerde in het gehele zesde jaar die expres zo veel mogelijk kledingsregels brak en jongens die kleren aantrokken van meisjes die als problematisch werden bestempeld. Uiteindelijk hebben we het lokaal avondjournaal gehaald nadat ik persoonlijk ROB-TV had gebeld. Dit soort protest was dan ook doorheen heel het Belgsiche schoollandschap een gebeuren.
Van dit allemaal heb ik vooral onthouden dat als je als groep geen beslissingskracht hebt op papier, je toch heel wat andere opties hebt als je in totaal met meer bent, maar ook dat een manier zoeken om studenten meer inspraak te geven in de regelgeving van hun school een goed idee kan zijn.
En hoe dan?
Het moet uiteraard gezegd worden dat er niet één voorgekauwde methode is die de democratisering van scholen foutloos teweeg zou brengen. Ik bied hieronder enkel een model aan dat ik persoonlijk toepassingswaardig vind.
Als we vertrekken vanuit het idee dat een school een kleine samenleving is kunnen we ook eenvoudiger zien waar de problemen liggen. Meeste hedendaagse scholen zijn, zoals ik hierboven al besprak, interpreteerbaar als een kleine autocratie. Een kleine elite met beslissingsmacht, hun administratieve ondergeschikten en de burgers. De directie, personeel en de leerlingen dus. Deze tripartite opsplitsing doet me denken aan pre-revolutionair Frankrijk met haar drie Estates. In een liberale democratie die we koesteren zouden we dan ook al snel moeten zien hoe onze kinderen doen opgroeien in kleine, al dan niet verlichte, autocratieën een niet al te goed idee is.
Het antwoord ligt eigenlijk recht voor onze neus… Parlementen!
Het klinkt misschien op eerste gezicht wat ver gezocht, maar ik geloof dat in middelbare scholen een soort parlementair systeem inrichten een interessant effect zou kunnen hebben op hoe we onze scholen organiseren. Zoals elk parlement zou deze bevoegdheden, verkiezingen en procedureregels hebben. Ik bespreek hieronder deze elementen.
Ten eerste moet uiteraard bepaald worden waarover dit parlement zou mogen beslissen. Juridisch gezien zou er enkel speelruimte zijn binnen aangelegenheden waarover normaal gezien enkel de directie mag beslissen. Het schoolreglement zou dan functioneren als een de facto wetboek.
Vervolgens moet dit parlement verkozen worden. Aangezien dit een heel breed voorstel is en dus op veel verschillende scholen toegepast kan worden zou dit nogal kunnen variëren. In kleinere scholen zou men bijvoorbeeld zelfs kunnen werken met een directe democratie waarbij de gehele school samenkomt. In grotere scholen zou men aan partijvorming en verkiezingen kunnen doen om dan vertegenwoordigers naar een normgevend orgaan te sturen.
Hier zouden de leerlingen “wetsvoorstellen” kunnen indienen, deze amenderen en al dan niet instemmen. Leerkrachten en directie zouden een quasi ministerrol kunnen aannemen en ook “wetsontwerpen” indienen. Gestemde “wetten” zouden dan ook, met ’s schools zegel bekleed, in de schoolkrant worden bekendgemaakt en aan het schoolreglement moeten worden toegevoegd na een welbepaalde termijn. Uiteraard zou het orgaan ook bestaande regels kunnen wijzigen of schrappen. Het parlement zou zelfs kunnen worden opgedeeld in commissies zodat leerlingen die zich graag bezighouden met een bepaald thema binnen de school in compactere groepen kunnen discussiëren vooraleer de gehele school (of tenminste haar vertegenwoordigers) haar mening uit. Het mandaat van vertegenwoordiger mag niet worden ingevuld door een leerkracht.
De directie moet zich ook verantwoorden tegenover het parlement. Ontslag tot gevolg van een slechte prestatie zou drastische gevolgen hebben, maar eventueel zou er een soort speelruimte zijn inzake salaris. Als de directie slecht presteert kan het parlement met een stemming beslissen om dit loon binnen een marge van een symbolische 10 tot 50 euro af te straffen. Deze loonsverlaging zou dan ook maar tot de eerstvolgende zitting gelden, waarna het tot haar originele staat zou worden hersteld.
Over de activiteiten in dit parlement zou de schoolkrant alert kunnen rapporteren.
Dit parlement zou dan ook idealiter op welbepaalde tijdstippen samenkomen. Aangezien een school een iets minder woelige politieke omgeving is dan de buitenwereld zou dit maandelijks of om de twee maanden kunnen plaatsvinden. Cruciaal is hier dat het geen buitenschoolse activiteit is in de zin dat het binnen de uren van een normale schooldag past. Leerlingen zouden niet afgemoedigd moeten worden om deel te nemen aan de schoolpolitiek door tijdsdruk. Deelname aan het parlement zou dan ook tellen als deel van hun opleiding en dus een soort vrijstelling vormen voor de lesuren die normaal plaatsvinden tijdens de parlementaire zitting.
De fijnere details hier uitwerken is eigenlijk zinloos aangezien ik juist hoop dat veel hiervan zeer organisch en bottom-up zou ontwikkelen vanaf het initiatief een wettelijk groen licht krijgt. Liefst zou dit zelfs fel verschillen afhankelijk van school. Grote scholen zouden genoeg plek en leerlingen hebben om een bicameraal stelsel te organiseren. Andersom zouden scholen kunnen kiezen om regelgeving te doen veranderen per jaar of graad. Kleinere directe democratieën zouden kunnen plaatsvinden in klasgroepen van 20-30 leerlingen.
Ik geloof dat zulk een project implementeren een hele hoop voordelen met zich mee zou kunnen brengen dat in de langere termijn gezond zouden zijn voor onze democratie en de komende generaties hun (politieke) vaardigheden.
Waarom democratiseren?
Een groot punt dat vaak wordt aangehaald in het bekritiseren van scholen is dat het individualiteit tegengaat. Dit punt wordt gemaakt door ondernemers die stellen dat scholen de creativiteit en neiging tot initiatief afpakt. De eerder linkse denkscholen stellen dan weer dat scholen jongeren omvormen tot perfecte, gehoorzame arbeiders. Er is waarheid in beide argumenten. Ik heb in het verleden ook al beklaagd dat veel jongeren zich niet uit zichzelf interesseren in de politiek en dat dit ook deels te maken heeft met een schoolsysteem dat status quo gezind is1. Veranderingsgezind en kritisch zijn is geen combinatie die je goed zet op de middelbare school. Je botst, zoals ik hierboven al aanhaalde, regelmatig tegen het hardnekkige systeem dat je dan traagjes omvormt tot conformisme. Velen halen het zelfs nooit in hun hoofd om iets te proberen veranderen omdat ze al vanaf het begin de hoop hebben opgegeven.
De kritische en politieke denkvermogens van onze jeugd stimuleren is essentieel om onze democratie vanuit haar kern te versterken. Een schoolparlement zou hier een enorme verandering in kunnen brengen.
Ten eerste zouden leerlingen geconfronteerd worden met het idee dat ze met solidariteit, organisatie en debat heel veel kunnen veranderen aan hun omgeving. Dit zou idealiter een vertrouwen instellen in jongeren zodat ze zich moeilijk zullen toewenden aan onwenselijke autoriteit in de toekomst. Dit noemt de politieke psychologie “political self-efficacy”. Als men ervan overtuigd is dat ze iets te zeggen hebben in een samenleving, gaan ze daar ook aan willen participeren2.
Bij dat participeren zullen jongeren dan ook met enorme moreel-filosofische problemen moeten omgaan en hierover debatteren. Hun eigen mening ontdekken en deze verdedigen, maar ook de bereidheid om deze mening te veranderen wanneer men met nieuwe informatie wordt gepresenteerd. Indien discussies uitbreiden zou men eventueel nieuwsgierigheden ontwikkelen en duiken in de wereld van onderzoek. Welsprekendheid met oog op anderen te overtuigen zal een gewoonte worden. Gesprekken op de speelplaats zouden een intellectuele twist krijgen naast al het zeer nodige en vermakelijke verzuim. De schoolkrant zou een unieke plek bieden voor leerlingen met een vlotte pen en zou de rest aanmoedigen om regelmatig bezig te zijn met een vorm van actualiteit.
Ook een soort van verantwoordelijkheid voor de gemeenschap zou gestimuleerd worden aangezien leerlingen zelf mee betrokken zouden zijn in de directe toekomst van de school. Elinor Ostrom beschreef al hoe dat een gevoel van co-ownership een veel duurzamere attitude teweegbracht in kleine gemeenschappen die anders zeer individualistisch gericht waren3. Een stem hebben in de toekomst van je school zou volgens mij een gelijkaardig effect teweeg kunnen brengen.
In conclusie zou dit allemaal zich dan idealiter vertalen naar kritische burgers die weten hoe dat ze betrouwbare informatie moeten opzoeken, hun eigen mening eloquent kunnen verdedigen, anderen overtuigen, initiatief durven nemen en vooral niet buigen naar onwenselijke autoriteiten. In tijden als de onze waar we beginnen te twijfelen aan hoe stabiel onze democratie wel niet is en waarin zekere groepen deze ook wensen te ondermijnen is dit van het hoogste belang. Ik laat u achter met een citaat van Noam Chomsky. Bedankt voor het lezen!
“Authority, unless justified, is inherently illegitimate and that the burden of proof is on those in authority. If this burden can’t be met, the authority in question should be dismantled.”
― Noam Chomsky
Notities
- Poblome, Y. (2023). Een politiek bestaan. The Analytic Hour. https://the-analytic-hour.com/2023/06/24/een-politiek-bestaan/.
- Caprara, G. V., Vecchione, M., Capanna, C., & Mebane, M. (2009). Perceived political self‐efficacy: Theory, assessment, and applications. European journal of social psychology, 39(6), 1002-1020.
- Ostrom, E. (2009). A general framework for analyzing sustainability of social-ecological systems. Science, 325(5939), 419-422.
Leave a comment