Dit essay is geschreven voor het tijdschrift Contact dat gepubliceerd wordt door het Olivaint Genootschap van België.
We horen vaak in hedendaags politiek discours dat de vrije meningsuiting wordt bedreigd. Zeker langs de reactionaire kant klinkt het alsof de “Woke-mob en de “cancelcultuur” ons allemaal de mond wil snoeren bij het fout verwoorden van een blijkbaar gevoelig onderwerp. Zo wordt er een argument geconstrueerd dat progressieven vandaag de dag zich de rug keren tegen onze democratische waarden en de vrije meningsuiting om een zogenaamde “culture war” te winnen. Woke wordt afgeschilderd als een gevaarlijke nieuwe denkstroming die de hallen van academia en de politiek aan het infecteren is en de verstandige rechtse denker wenst te censureren. Op die manier worden er zelfs connecties gemaakt tussen de huidige situatie en de dystopie die George Orwell ([1949] 2021) beschreef in 1984. Er wordt dan ook bij elke vorm van kritiek op een -vaak oprecht problematische- uitspraak een appel gedaan naar de vrijheid van meningsuiting.
Bart De Wever zijn tournee door Vlaanderen over “De valkuilen van Woke” -dat vroeger “Hoe Woke onze samenleving bedreigt” heette en na enige introspectie onsubtiel is veranderd- was de belichaming van dit argument. Bart De Wever, de personificatie van privilege, stelde dat mensen zoals hem (wit, rijk, hetero, etc.) werden geviseerd en gestigmatiseerd door hun maatschappelijke kenmerken. Op die manier waren zij dus de echte slachtoffers in plaats van de mensen waar “Woke” dan typisch meer medelijde mee heeft zoals etnische minderheden, vluchtelingen, de LGBTQ-gemeenschap, daklozen, etc.
Dat De Wever’s argument absurd is, is al in meer dan genoeg andere opiniestukken uitgelegd in de Belgische media. Naar mijn mening blijft het belangrijkste tegenargument dat de angst die denkers als De Wever uiten, van existentiële aard is. Een angst dat hun weldegelijk gepriveligieerde positie in de samenleving van hen zal afgepakt worden. Ik stel dat deze angst, voor nu dan toch, vrij misplaatst is. Witte, rijke mannen hebben nog steeds weinig te vrezen. Woke is geen Maoistische revolutie aan het opbroeien die met geweld onze klassensamenleving gaat hervormen. Deze claims van censuur en “cancelcultuur” zijn -met een politiek doeleinde- overdreven. Men veegt kritiek op problematische uitpraken te snel samen met een aanval op hun vrijheid van meningsuiting.
Deze vrijheid staat wel degelijk onder druk, maar niet op de manier dat het reactionaire kamp zich graag inbeeldt. De gevaren dat de vrijheid van meningsuiting bedreigen zijn dezelfde die een andere, eerder metafysische vrijheid ook bedreigen. De vrijheid van het denken.
Ik stel, vergelijkbaar met de Marxistische sub- en superstructuur, dat de vrijheid van het denken een voorwaarde is voor de vrijheid van meningsuiting. De modus van de onderbouw bepaalt mee de modus van de bovenbouw.
Wat bedreigt dan deze substructurale vrijheid?
Ideologie en hegemonie.
Ideologie als concept binnen de kritische traditie is te onderscheiden van de meer mainstream conceptie van het woord. Voor kritische theoretici is Ideologie simpelweg het gedachtengoed dat de status quo in stand houdt. Men spreekt van een “ruling class ideology” die dan als een camera obscura de wereld structureert zodanig dat opstand tegenover die heersende klasse vermeden wordt (Heywood, 2O21; Macey, 2000).
Deze Ideologie en haar functie is best beschreven door Marx zelf in The German Ideology ([1846] 1970):
“The ideas of the ruling class are in every epoch the ruling ideas, i.e the class which is the ruling material force of society, is at the same time the ruling intellectual force. The class which has the means of material production at its disposal, has control at the same time over the means of mental production, so that thereby, generally speaking, the ideas of those who lack the means of mental production are subject to it.“
Na Marx voegen de Westerse Marxisten toe aan het concept (Heywood, 2021; Macey, 2000 p. 31). Voor Gramsci ([1929-1935] 1999) luidde de vraag waarom dat de teleologie van het kapitalisme die Marx voorlegde zich niet voordeed. Waarom kwamen de proletariërs niet in opstand? Om deze vraag te beantwoorden sprak Gramsci van een hegemonie der ideeën. Vergelijkbaar met het idee van Marx stelde Gramsci dat de ideeën van de heersende klasse alle andere denkstromingen had overwonnen en zo tot de “common sense of the age” werden gepromoveerd.
“A conception of the world becomes hegemonic when it is no longer confined to professional philosophers or the intelligentsia, but becomes to belong to a popular culture that permeates the whole of civil society.” (Macey, 2000 p. 177).
Een hedendaagse denker binnen deze traditie is Slavoj Zizek. Hij nuanceert het argument verder. In plaats van Ideologie te zien als een soort filter die de wereld naar de zin van machthebbers structureert, stelt hij dat de aard van Ideologie en propaganda veranderd is. Het is niet meer dat we een bril af moeten zetten om de realiteit van zaken te kunnen zien. In tegendeel: we zouden juist actief een soort anti-Ideologie bril moeten opzetten. In de film They Live van John Carpenter is John Nada een dakloze arbeider. Met een stoot van geluk vindt hij een doos vol met zonnebrillen. Wanneer hij deze opzet en kijkt naar bepaalde advertenties ziet hij iets heel anders. In plaats van een advertentie met een mooie vrouw op om een bepaald product te verkopen, ziet hij enkel de woorden: “PLANT VOORT”. Wanneer hij naar een brief van 100 dollar kijkt, ziet hij enkel de woorden “DIT IS JOUW GOD”. Zizek stelt dat dit de manier is waarop we moeten omgaan met hoe we elke dag berichten binnenkrijgen die getint zijn met Ideologie (Zizek, 2012).
Ik sluit me aan bij deze conceptie van de term Ideologie. Daaruit concludeer ik dat er veel meer op spel staat dan enkel onze vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van onze geest staat vanaf onze vroegste jaren onder druk door een hegemonisch wereldbeeld dat gepromulgeerd wordt door een economische, politieke en intellectuele elite. Deze elite wenst haar gunstige positie te behouden en oefent haar macht uit op een wijze die de vulgariteiten in onze samenleving wenst te maskeren als individuele of toevallige instanties, eerder dan systematische en volledig vermijdbare problematieken.
Ik beargumenteer dat om hier ons tegen te beschermen we een Zizekiaanse houding moeten innemen tegenover de buitenwereld. Bevrijding doet pijn. We zullen de Ideologie die onze morele codes heeft geïnfecteerd gewelddadig moeten verwerpen. Dat is niet eenvoudig, want Ideologie schuilt juist waar men denkt het afwezig te zijn. Zelfs in onze dromen schuilen deze perversies van de realiteit (Zizek, 2012).
Wees dus alert en zet de bril van John Nada op. Forceer jezelf om Ideologie te detecteren, want enkel zo kunnen we de poging tot de mystificatie van ons denken verslaan en arriveren bij de rede.
Bibliografie
Arthur, C. J., Engels, F., & Marx, K. (1970). The German Ideology (p.
104). Electric Book Company.
Heywood, A. (2021). Political Ideologies: An introduction. Bloomsbury Publishing.
Hoare, Q. (1999). Selections from the prison notebooks of Antonio Gramsci. Elec Book.
Macey, D. (2000). The Penguin dictionary of critical theory. Penguin Group.
Minogue, S., Orwell, G. (2021). Nineteen Eighty-Four. Woodsworth Editions Limited
Zizek, S. (2012). The pervert’s guide to ideology. Film gedirigeerd door Sophie Fiennes.
Leave a comment