Over “de” jeugd

Een recente column1 in De Standaard door leeftijdsgenoot Mauro Michielsen heeft me aan het denken gebracht. De centrale vraag die Mauro aanhaalt betreft of jongeren zich best kunnen laten horen door zelf in de politiek te stappen. Hij laat ons weten dat hij hier zelf nog geen vaste mening over heeft. In dit korte repliekessay neem ik het op mezelf om mijn eigen kijk op deze vraag uit te werken.

Jongeren en vertegenwoordiging

Een centraal concept in liberale democratieën is vertegenwoordiging. Het is een onderzoeksveld waar politieke wetenschappers zich al decennia lang in verdiepen en is vandaag relevanter dan ooit. De klimaatproblematiek legt bijvoorbeeld het debat rond vertegenwoordiging van jongere en ongeboren generaties (die uiteraard nog niet kunnen stemmen) hardnekkig op tafel2. Voor eenvoud beperk ik me in dit essay tot het debat rond hoe we jongeren vandaag (dus diegenen die al geboren zijn) best kunnen vertegenwoordigen.

Ik zie twee algmene problemen dat -naar mijn mening- te weinig besproken worden in het huidig discours. Ten eerste: de manieren waarop jongeren zichzelf kunnenvertegenwoordigen blijven beperkt. Ten tweede: de huidige politicus heeft te weinig baat bij een volksgroep dienen die nog niet voor hen kan stemmen.

Te rijk, te “slim” en te wit

“it seems as if the problem of youth political participation is less a matter of whether they participate, and more a matter of where they participate” (Rainsford, 2017, p. 2)3.

In mijn essay Democratische(re) scholen voor een democratische(re) samenleving4  haalde ik al eerder aan waarom ik de bestaande instituties die de vertegenwoordiging van leerlingen trachten te verwezenlijken gebrekkig vind. Ik stel dat zaken zoals leerlingenraden, jeugdpartijen en dergelijke lijden aan eenzelfde probleem. Ze blijven extracurriculair. Dit betekent dat leerlingen die deelnemen aan deze initiatieven diegenen zijn die dat willen en -eventueel nog crucialer- kunnen. We weten dat een lagere sociale klasse gelinkt is aan lagere politieke interesse en politieke participatie5. Er is dus een significante descriptieve gap tussen de bredere body van leerlingen en wie hun vertegenwoordigt. Uiteraard zorgt descriptieve vertegenwoordiging niet meteen voor betere vertegenwoordiging, maar ik beargumenteer dat dit bij de jeugd extra aandacht verdient. Er wordt al te weinig geluisterd naar jongeren. Laten we dan zorgen dat bij elke kans op gehoord te worden er een inclusief bericht de politici te wachten staat.

Daarboven is het geen geheim dat traditionele politieke participatie bij jongeren het niet goed doet6. Academici zoals Jonathan Holslag halen wel vaker aan dat over het gehele westen civieke participatie al decennialang terugkrimpt en we als samenleving blijven falen om democratische waarden écht aan te leren.

“Whole generations had learned to hate communism, yet not to understand democracy.” (Holslag, 2021, p.52)7

Dit is geen klein probleem. We moeten het dus ook drastisch aanpakken. Mijn voorstel blijft om manieren te vinden om die extracurriculaire barrière tot politieke participatie bij de jeugd te overkomen. Ik heb al eerder geschreven over een invoering van een soort jeugdparlement in elke middelbare school dat volledig tijdens normale schooluren plaats zou vinden. Ik ben het eens met Mauro wanneer hij stelt dat “je de wereld beter kunt maken door je stem te gebruiken”. In mijn mening zouden zulke initiatieven diegenen die absoluut niet aan het woord komen dan ook een kans geven om hun stem te gebruiken.

Het centrale argument blijft dan ook dat de jeugd zichzelf beter moet kunnen vertegenwoordigen. Er gaan altijd een aantal knappe koppen zijn die zich in extracurriculaire organisaties binnenwerken om de jeugd te vertegenwoordigen, maar hoe goed kan een middenklasse witte jongen die ASO volgt in godsnaam een gehoofddoekte moslima uit een Turks arbeidersgezin in BSO écht vertegenwoordigen?

Hierbij is het concept van intrinsieke motivatie ook van enorm belang. Ik merk uit mijn eigen ervaring dat veel extracurriculaire activiteiten vol zitten met CV-vullers. Mensen die niet uit passie of interesse werken, maar vanuit een koude kosten/baten analyse. Dit is nog een bewijs van hoe onze neoliberale carrièrecultuur ons sociaal weefsel beschadigt. We moeten jongeren vormen die de waarde zien in hun stem laten horen en initiatief nemen, niet voor een dikke Linkedin pagina, maar vanuit een oprechte overtuiging het goede -onafhankelijk van wat dat voor hun betekent- na te willen streven.

Minister Weyts, hoort u ons?

Het tweede probleem dat ik hier kort wens aan te kaarten is die van de verkiezingspolitiek en hoe deze nefast is voor deugdelijk jongerenbeleid, of beleid generaliter. Het debat rond de stemleeftijd verlagen is logischerwijze in enige zin gelijkaardig met die rond vertegenwoordiging. Ik neem hier een optimistische positie in ten opzichte van de zelfredzaamheid van “de” jeugd. De gehele voor- en tegenargumenten samenvatten rond dit debat is buiten het bereik van dit essay, maar ik zal wel het volgende stellen.

Ik blijf telkens struikelen om een legitieme reden te vinden om jongeren -wat een vrij vage definitie is, maar laten we stellen vanaf 16 jaar in lijn met de recente Europese wetgeving rond stemleeftijd- een verbod tot stemmen op te leggen die niet contradictorisch is met de rechten waarvan ouderen wel genieten. Het argument van bijvoorbeeld gebrek aan kennis, ervaring of maturiteit voorschuiven om stemrecht van jongeren te beperken is gevaarlijk. Met diezelfde criteria van een groot aantal volwassenen ook afpakken.

Het argument dat de stem van iemand die niets weet over “de politiek” en een deskundige eventueel niet dezelfde waarde zou kennen lijkt bijna logisch, maar het is een denkfout om dat aan te pakken door stemrecht te beperken. Het is de taak van elke democratie om elke burger in staat te brengen een geïnformeerde, of in ieder geval overwogen, beslissing te maken bij het politiek handelen. En zéker bij de jeugd.

We lossen dus absoluut niets op door jongeren niet toe te laten om te gaan stemmen. Wat we hierdoor wel riskeren te realiseren is een vervreemding van de jeugd met de traditionele politiek. Dit proces van vervreemding is al een tijdje aan de gang en we gaan hiervan de resultaten zien in de volgende verkiezing. Die verontwaardigde jongeren worden ouder en schuiven vaak niet enorm ver weg van hun politieke opvattingen die in hun tienerjaren materialiseren.

Zo komen we dan ook bij de kern van mijn tweede argument. Het is doordat politici niet genoeg belang hebben bij de steun van de jeugd dat ze ook geen incentive hebben om hier weldegelijk bij stil te staan. Het is enkel door de jeugd te intellectueel en politiek te bewapenen met informatie en stemrecht dat we de jeugd kwalitiatief een stem kunnen geven. Vandaag de dag is daar een tragisch gebrek aan.

Dus?

In dit kort essay heb ik twee centrale argumenten voorgeschoven die volgens mij de grootste rol spelen in de problematiek rond jongerenvertegenwoordiging zoals aangekaart door medestudent Mauro Michielsen. Ten eerste stelde ik dat de jeugd simpelweg nog niet genoeg manieren heeft om haar stem te laten horen indien deze niet enige vorm van kapitaal (sociaal, cultureel en economisch) bezit. Hierop moeten er meer initiatieven en hervormingen komen zodat politieke participatie niet een extracurriculaire zaak blijft. Ten tweede stelde ik dat doordat de verkiezingspolitiek geen baat heeft bij jongeren te overtuigen om te stemmen dit leidt tot ondoordacht jongerenbeleid op de korte termijn en vervreemding met de traditionele poltiek op de langere termijn. Om dit op te lossen moeten we, ten eerste, sterker investeren in de politieke vaardigheden van jongeren, en ten tweede, hun de verantwoordelijk tot stemmen vroeger aanrijken dan 18 jaar.

Bibliografie

  1. https://www.standaard.be/cnt/dmf20231115_97065742
  2. Caluwaerts, D., & Vermassen, D. (2020). Democratic institutions and future generations. In Online PALO Workshop ‘Democratic Institutions for Long-Term Governance’.
  3. Rainsford, E. (2017). Exploring youth political activism in the united kingdom: what makes young people politically active in different organisations? Br. J. Politics Int. Relations 19, 790–806. doi: 10.1177/1369148117728666
  4. https://the-analytic-hour.com/2023/09/26/democratischere-scholen-voor-een-democratischere-samenleving/
  5. Kraus, M., Anderson, C., & Callaghan, B. (2015). The inequality of politics: Social class rank and political participation. Available at SSRN 2600107.
  6. Weiss, J. (2020). What is youth political participation? Literature review on youth political participation and political attitudes. Frontiers in Political Science2, 1.
  7. Holslag, J. (2021). World Politics Since 1989. John Wiley & Sons.

Leave a comment