Dit essay is geschreven voor het tijdschrift Contact dat gepubliceerd wordt door het Olivaint Genootschap van België.
Het tijdperk van Westerse unipolariteit komt stilaan tot een einde. Amerika en Europa worden niet meer gezien als liberale voorbeeldsmodellen, maar veel vaker als imperialistische machtsblokken zoals alle anderen. Deze shift in de internationale machtsbalans naar staten als China, de Golfstaten en Rusland betekent ook een shift in een ideologisch paradigma. Het einde van Westerse unipolariteit betekent ook het einde van het liberaal internationalisme. Het idee dat alle landen zodanig economisch afhankelijk van elkaar zijn dat een oorlog starten irrationeel is, en dat er een veeltal internationale organisaties zijn om een quasi internationale rule of law te handhaven wordt vaker en vaker achterhaald.
In haar plaats zien we een heropleving van het nationalisme en de Realpolitik. Scepsis tegenover het Westerse liberale model bestond al vanaf haar conceptie, maar die kritiek kon zich moeilijk daadkrachtig uiten tot recent. Doorheen heel Europa zien we de nationaal populistische anti-establishment partijen en bewegingen een opmerkelijke plek opeisen in het publiek discours, al dan niet in werkelijke uitvoeringsposities. Aan de andere kant van het water voert Trump nogmaals campagne na een onindrukwekkende Biden administratie en dreigt te winnen. Terwijl we konden verwachten dat landen in het Globale Zuiden na een machtsverschuiving hun kritiek zouden uiten op het Westerse internationale systeem, zien we nu ook binnen het Westen een neiging tot het af te wijzen, al dan niet voor andere redenen.
Dat staten zich competitief gedragen in het internationale systeem is zo oud als de staat zelf. Zelfs in de jaren 1990 toen de VS en het internationaal liberalisme in haar prime te noemen was, betekende dit niet dat het gedrag van staten fundamenteel veranderde. Zelfs binnen een kader van (wellicht indrukwekkende) internationale organisaties bleef er een tendens tot machtsmaximalisering. Wat wel verschilde was de bereidheid tot die tendens toe te willen geven. De tijdsgeest stelde dat nationalisme en protectionisme zaken waren uit geschiedenisboeken in de boekenkast van Francis Fukuyama. Maar toch stopte de geschiedenis niet in 1989.
—
Nationalisme is een aantrekkelijke ideologie omdat het inspeelt op zeer primitieve menselijke tendensen. Etnocentrisme en groepsdenken zijn uiteindelijk zaken die vrij diep in de menselijke psyche gebakken zitten. Het blijkt dan ook een zeer impactvolle manier om mensen politiek te organiseren en zelfs te motiveren. Het geeft het individu een bepaalde trots en wortelt haar in de geschiedenis van haar omgeving. Er ontstaat ook mogelijks een bepaalde team spirit die solidariteit kan vereenvoudigen.
Het probleem met nationalisme is anderzijds dat het onze complexe en fluctuerende wereld in eenvoudige blokken wilt indelen. Samuel Huntington is bekend voor zijn indeling van de wereld in verschillende “beschavingen” in zijn boek Botsende Beschavingen. Deze simplistische voorstelling van de mensheid is dan ook uitbundig bekritiseerd door denkers als Edward Said. Het is juist door te spreken over homogene samenlevingen die in volledige isolatie van elkaar bestaan dat men de rode mat uitrolt voor geweld en conflict, stelt Said.
Terwijl ik Said zijn analyse van cultuur als een complex en niet volledig tastbaar gegeven aanvaard, moet ik ook toegeven dat het de analyse van Huntington is geweest die niet enkel Westers gedachtengoed heeft vormgegeven, maar ook non-Westerse concepties van internationale politiek heeft beïnvloed. De attitude van Westers internationaal beleid heeft de “andere beschavingen” geantagoniseerd tegen haar. Het gedrag van die non-Westerse staten doet me denken aan de ludieke Turkse uitspraak: “Alem buysa kral benim”, ofwel “Als dit de wereld is, ben ik de koning”.
We leven in de wereld van Huntington en dit brengt akelige identitaire kwesties boven. Terwijl het inderdaad eenvoudig is om samenlevingen af te schilderen als grote homogene blokken die onverenigbaar met elkaar zijn, doet het ook plots een hele hoop verplichtingen ontstaan voor de leden van deze zogenaamde beschavingen. Een van die plichten die al te vaak als vanzelfsprekend wordt aanvaard is die van de identitaire keuze. Dit beinvloedt iedereen, maar komt veel opvallender tevoren voor diegenen die meer dan één herkenbare cultuur kennen in hun familie of opvoeding. Ikzelf ben een levend voorbeeld hiervan, aangezien ik langs vaderszijde “Belg”, en moederszijde “Turks” ben, wat dat ook concreet mag betekenen.
Dankzij die biculturele opvoeding ben ik vandaag een soort knutselwerk van tendensen, ideeën, morele systemen en verwachtingen die noch Belgisch, noch Turks te noemen valt. Mijn identiteit is fluïde en past zich aan aan mijn omgeving en onmiddelijke situatie. Er zijn momenten dat ik me voornamelijk het ene of het andere voel, maar nooit voel ik me volledig Belg of Turk. Dat laatste maakt het uiterst moeilijk om een bepaalde “loyaliteit” te vertonen tegenover één van die twee zogezegd onverenigbare blokken.
In een zekere zin maakt dit mijn ervaring anders dan die van iemand die enkel “Belg” of enkel “Turks” te noemen valt. Nochthans is het voornamelijk de expliciete nadruk op het feit dat mijn ouders in andere landen geboren en opgegroeid zijn het grootste verschil tussen mij en zo iemand. Niet enkel ik, maar alle mensen zijn dat soort knutselwerk of mozaïek van tendensen, ideeën, etc. De mozaïek wordt enkel minder nader bestudeerd bij diegenen die worden geacht deel uit te maken van één van de homogene beschavingen van Huntington. Niemand is “echt Belg” of “echt Chinees”, maar iedereen is het product van een al dan niet vergelijkbare verzameling van vormgevende ervaringen.
Het is dan het idealistische voorstel van diegenen, zoals ikzelf, die zich verzetten tegen de gewelddadige oversimplificatie van de Huntingtoniaanse analyse om ons los te proberen breken van het wij-zij denken die de oorlogsmachine van de internationale machtspolitiek voedt. Laten we aanvaarden dat onze verschillen uit proportie geblazen worden en zoeken naar de overeenkomsten in plaats van de verschillen. In licht van een alsmaar groeiende klimaatproblematiek en dreiging van nucleair conflict is het losbreken van dit kader van levensbelang. Op geen enkel punt in de geschiedenis van de mens stonden we voor zo een grote impactvolle afweging tussen cooperatie of competitie, oorlog of vrede, leven of dood. Laten we de juiste beslissing maken.
Leave a comment