Dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Morgen op 13 augsutus 2025, 03:00
Meer en meer stemmen verheffen zich tegen de lakse Europese houding ten aanzien van de mensonterende koers die Netanyahu’s Israël heeft genomen. Een van die stemmen komt van Jonathan Holslag. De professor, van wie ik tot vorig academiejaar nog les kreeg, schoof in deze krant “vier belangrijke redenen” naar voren waarom Europa diende op te treden tegen Netanyahu.
Hoewel ik enthousiast was omdat iemand die ik nog steeds beschouw als ‘mijn prof’ zo stelling innam, sloeg dat enthousiasme al snel om in een zucht. Niet vanwege de conclusie, maar om de specifieke volgorde waarin mijn gewezen mentor zijn vier redenen presenteerde.
Eigenbelang
Zo stelde Holslag in volgorde van afnemend belang dat 1) ons eigenbelang in Europa geschaad werd door de “vluchtelingenstromen” die resulteerden uit de oorlog, 2) dat Netanyahu door zijn optreden een stabilisering van relaties in de regio bemoeilijkte en 3) dat extremistische stemmen binnen Israël te veel aan macht wonnen. Pas na deze drie redenen werd “de humanitaire overweging” aangehaald, “omdat als humanitaire motieven doorslaggevend zouden zijn, Europa in tientallen andere landen zou moeten optreden: Soedan, Ethiopië, Myanmar, Congo, Venezuela, Colombia…”.
Verbaasd was ik niet. Het wereldbeeld van de professor is me welbekend. Het realisme is het theoretisch kader waarin hij opereert. Net zoals de economen hun neoklassieke theorie hebben, hebben we in de internationale politiek het realisme. Beide zijn (maar) theorieën, weliswaar met enige verdienste, maar ook met een vaak overdreven tendens richting een theory of everything te willen zijn. Beide maken zich schuldig aan de pretentie ‘harde wetenschap’ te zijn.
Het realisme stelt dat staten altijd hun eigenbelang zullen opzoeken. Binnen deze school zijn er veel variaties met enorm invloedrijke, belangrijke denkers. Toch blijft de centrale boodschap een bittere pil om te slikken. Haar perspectief op de actualiteit functioneert als een achteraf toegevoegde zoetstof om een zeer pessimistisch en machiavellistisch mens- en wereldbeeld aanvaardbaar te maken.
We zien dit wereldbeeld in de volgorde waarin Jonathan Holslag zijn redenen opsomt. Eigenbelang als eerste, het humanitaire als laatste. Hoewel ik al blij was dat het humanitaire überhaupt een plek kreeg, wil ik toch dit punt maken: het realisme is misschien een wetenschappelijke theorie, maar dat maakt het nog geen moreel kompas.
Er is een reden waarom we de wenkbrauwen fronsen als iemand zichzelf zou beschrijven als een ‘machiavellist’. Het schept weinig vertrouwen bij je naasten als je openlijk verklaart dat je er alles aan zal doen om in gelijk welke situatie je persoonlijke macht te maximaliseren. Dezelfde afschuw mag worden doorgetrokken naar de internationale betrekkingen.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben het voor het grootste deel eens met Holslags analyse. Realisme ís een goede voorspeller van hoe staten zich gaan gedragen. Maar als antwoord op normatieve vragen valt het door de mand. Dat de wereldpolitiek zo’n egoïstische soep is komt deels doordat elke wereldleider opereert vanuit de veronderstelling dat de ander ook constant bezig is met machtsvergaring. In zo een context is het misschien niet zo een slecht idee om juist het humanitaire een belangrijkere rol te laten spelen, zeker ten aanzien van Israël.
Moreel baken
Zoals Holslag aanhaalt is handel eigenlijk de enige effectievehefboom van de EU, zeker aangezien we militair collectief nog altijd weinig te betekenen hebben. Maar macht bestaat niet enkel uit ‘harde’ wapens. Sinds de ontwikkeling van een coherent buitenlandbeleid probeert de EU ook altijd een normatieve kracht te zijn die staat voor mensenrechten en democratie. Alerte mensen vonden dat altijd al wat pretentieus, maar de geloofwaardigheid van de EU is in de ogen van velen nu voor altijd onherroepelijk besmeurd door haar laksheid ten aanzien van Netanyahu.
Het is waar dat de verontwaardiging van velen selectief is en dat er naast Gaza jammer genoeg nog vele andere tragedies plaatsvinden. Toch is er een fundamenteel verschil tussen Israël en de situatie in Soedan, Ethiopië of Myanmar. Ik kan me namelijk niet herinneren dat Ursula von der Leyen herhaaldelijk lag te oreren over die staten als ‘morele bakens’ in hun regio. Ik zie nergens iemand beweren dat de boosdoeners in die humanitaire rampen onze beste bondgenoten zijn.
De focus ligt juist op Israël omdat onszo lang verteld is dat het de meest beschaafde natie was in heel de regio; omdat we zo lang hebben moeten aanhoren hoe Israël het recht heeft zich te beschermen tegen terrorisme. Daar zit juist de bron van de brede verontwaardiging: het besef dat een verhaal van zelfverdediging is gebruikt om mogelijk de grootste humanitaire ramp van de 21ste eeuw te legitimeren.
Leave a comment