De zonnige vrijdag middag dat 26 mei 2023 had kunnen zijn is door een enorme bui niet mogen wezen. De bui kwam niet in de vorm van een donderende kudde wolken, maar wel als even duister klinkend nieuws. Het proces van Sanda Dia, die al sinds 2018 aansleepte, was afgelopen. Een dag waarbij op de ochtend enkel nog een harde kern van activisten overbleef en men in krantenkoppen nog context moest scheppen over wie Sanda al weer was1, was de namiddag een -alhoewel vooral virtueel- bloedbad van discussies.
Al meteen konden we twee algemene en vertrouwde kampen herkennen. Het eerste kamp was terecht woedend. Men voelde dit proces tot in het diepste punt van hun ziel knagen. Een systeem waarvan men wist of vermoedde dat die systematisch oneerlijk was toonde zichzelf van haar meest perverse kant. Er is geen enkele eerlijke manier om te spreken over wat er gebeurd is met Sanda en zijn -al dan niet indirecte- moordenaars zonder de vulgariteit van onze samenleving bloot te leggen. Een vulgariteit die dan weer een heel andere groep mensen eigenlijk goed van pas blijkt te komen. Dit is dan het tweede kamp. Deze mensen waren meer angstig dan woedend. Angstig, niet voor de status van onze rechtsstaat en samenleving, maar vooral voor het woedende eerste kamp. Dit tweede kamp nam vooral een neersprekende positie in en voelde de nood om de daden van de Reuzegommers te relativeren, de uitspraak en het syteem die haar mogelijk maakte te verdedigen en vooral het woedende eerste kamp te proberen overtuigen dat hun woede onterecht was.
Beiden kampen, zoals meestal gebeurt wanneer grote aantallen mensen aan politieke groepsvorming doen, zijn schuldig aan analysefouten. Ondanks dat ik een zeer duidelijke positie inneem en mijn symapthie vooral leg in het eerste kamp, ga ik niet ontkennen dat er overbodige reacties zijn verricht die contraproductief waren. Deze reacties zijn dan wel weer eenvoudig om te begrijpen als een uiting van woede tegen een systeem dat haar onderliggende en systematisch veroorzaakte ongelijkheden telkens wilt verstoppen en deze keer er zwaarlijvig in gefaald is om dat te doen. Ik beargumeenteer nochthans dat de grotere politieke zonde ligt in het tweede kamp. Hieronder bespreek ik de voornaamste tekortkomingen van beide kampen.
Het eerste kamp
Zoals hierboven vermeld werd is dit eerste kamp vooral aangredreven door woede. Woede is binnen de politiek een van de meer impactvolle emoties aangezien deze mensen aanzet tot actie en een neiging om een soort ‘cognitive closure’ te ervaren waarbij men hun eigen standpunten als juist acht en geen verdere informatie wenst op te zoeken2. Dit leidde tot een soort van bottom-up mobilisatie van burgers die hun ongenoegen met de rechterlijke uitspraak wouden uitten via zelf maatregelen te nemen. Foto’s en namenlijsten van de -alhoewel in variërende mate- betrokken Reuzegommers circuleerden op Twitter en Instagram met soms heel gedetailleerde informatie over de Vlaemsche elitejongeren.
Het verbod op eigenrichting (het recht en de bestraffing zelf in handen nemen en dus niet de formele procedures van een rechtsgeschil volgen) dient als een van de grondslagen van het Belgisch rechtssysteem en is in het algemeen een relatief goede maatregel. Het is een principe dat haar basis vindt in de oprichting van liberale natiestaten na de val van het Ancien Régime doorheen de late 18e en 19e eeuw en dient om juridische willekeur te vermijden. Men heeft recht op een eerlijke behandeling voor een onpartijdige en onafhankelijke rechter3.
Wellicht kan men terechte tegenargumenten bedenken tegen de moraliteit van deze fundamentele regel zelfs aan te halen in een situatie als dit, maar die kritieken zouden vooral neervallen op zaken die fout gaan elders in onze samenleving die de integriteit schaden van niet enkel het verbod op eigenrichting maar de gehele Belgische rechtsstaat.
De grootste fout van het eerste kamp is niet dat deze woedend is. De emoties van woede en verontwaardiging dat men voelt rond deze zaak zijn volledig legitiem. Elk argument dat pleit dat die woede onterecht is heeft duistere intenties en zou zelfs bestempeld kunnen worden als een vorm van gaslighting (zie infra). Wat dan wel problematisch is zijn de directe aanvallen op de Reuzegommers en hun familie. Niet omdat ik een groot medelijden heb met de elitekinderen, maar vooral omdat deze daden de bredere oppositie en dus het tweede kamp meer munitie geeft in hun kleineren van het eerste kamp.
Anderzijds zou het ook fel ironisch zijn moesten deze plegers van eigenrichting zwaarder bestraft worden dan de Reuzegommers. Dit dreigt zich voor te doen in het geval van favoriet van de jeugd Nathan Vandergunst, vooral bekend onder zijn YouTube persona Acid. Hier moet er voorzichtig gehandelt worden aangezien het een zeer gevoelig moment is voor de integriteit van het rechtssysteem. Indien Acid te fel wordt bestraft zal België de open wonde dat deze zaak is nog harder laten bloeden.
Woedende mensen maken ondoordachte keuzes, maar hun woede kan van een heel terechte plek komen. In sommige gevallen is deze keuzes ondoordacht noemen zelfs niet van toepassing. Acid wist bijvoorbeeld heel goed wat hij deed. Deze zaak is dus klaarblijkelijk ernstig genoeg dat men de formaliteiten van het Belgisch recht aan de kant schuift aangezien deze gebrekkig optreed. Dit laatste is de voornaamste bron van angst voor het tweede kamp.
Het tweede kamp
Er is iets heel bourgeois en neerkijkend aan de manier dat het tweede kamp het eerste kamp probeert te verlichten over de gedetailleerde werking van ons rechtssysteem en elke vorm van verzet tegen de rechterljike uitspraak als onaanvaardbaar gedrag buiten de toegewezen rollen van de burger acht.
Een perfect voorbeeld hiervan is dat Minister Van Justitie Vincent van Quickenborne -die onder andere vrijwel de belichaming van het tweede kamp genoemd kan worden- is afgedaald vanuit de ivoren toren van de politiek om aan -bij wijze van spreken- het gewone volk de situatie “uit te leggen”. Dat gewone volk, waarvan velen vaak deel uitmaken van het eerste kamp, waren in dit geval jongeren van een aantal secundaire scholen. Bij een rapportage van NWS NWS NWS op Instagram zien we hoe veel studenten hun woede is afgenomen na het gesprek. Velen van hen vertellen over dat ze de specifieke puntjes van de zaak nu beter begrijpen. Ze kunnen nu -zoals één van de advocaten van de Reuzegommers op de dag van de uitspraak mooi uitdrukte- allemaal verder met hun leven.
Maakt de formele regels kennen van een proces plots de uitslag ervan minder moreel verwijtbaar? Ik parafraseer Ha-Joon Chang wanneer hij stelt dat men de fijnere puntjes van een zaak niet per se moet begrijpen om de uitslagen ervan te bekritiseren4. Chang spreekt dan vooral over het al dan niet mogen bekritiseren van het kapitalisme, maar hij beargumenteert ook dat de logica verder toepasbaar is op andere domeinen. Bovendien is deze kritische houding esstentieel voor een dynamsiche democratie.
Een proces dat zich afspeelt in een context waarvan de echte problemen veel dieper liggen dan in de juridische formalitieiten is niet goed te praten door gewoon diezelfde formele regels te overlopen. Er loopt iets dieper mis en het tweede kamp doet er alles aan om daar de aandacht niet op te werpen. Dat diepere kent veel namen. Sommigen noemen het simpelweg het kapitalisme, anderen klassenjustitie of systematisch racisme. Het diepere is dat een zoon van een Senegalese arbeider zich wou bevrijden uit een 21ste eeuwse proletarische positie door lid te proberen worden van een elitaire Vlaamsgezinde studentenclub en dat dit hem het leven heeft gekost. Dit is de meest vulgaire metafoor voor hoe onze samenleving jammer genoeg in elkaar zit. Sanda Dia zijn dood was een symbool voor een veel grotere ongelijkheid. Een ongelijkheid die arbeiders, mensen van kleur en andere benadeelde groepen elke dag voelen. Een ongelijkheid die zorgt dat -zoals het vaak wordt gesteld- rijk rijker wordt en arm armer. Het systeem is, ondanks wat velen er over zeggen, fundamenteel tegen al te veel opwaartse mobiliteit.
Het elitaire tweede kamp hun manipulatie en passificatie van het woedende eerste kamp is een van de grootste politieke zonden in deze hele problematiek. Maar, ook deze daden zijn te verstaan vanuit een sociologisch perspectief. Het voornaamste dat de twee kampen onderscheidt is baat hebben bij het functioneren van het hedendaagse systeem. Het tweede kamp telt dan ook over het algemeen leden van de al dan niet Vlaamse elite of hun aspiranten. Zoals ik hier boven ook aanhaalde is een grote bron van de angst dat het tweede kamp voelt afkomstig vanuit een volledige afwijzing van de formaliteiten van de rechtstaat door het eerste kamp om het recht zelf in handen te nemen. Wanneer men twijfelt aan zo een grote grondslag van deze ongelijke samenleving, dreigt een veel grotere golf van verwerping. Een verwerping van hegemonie in Gramsciaanse zin, ook wel beschrijfbaar als “the common sense of the age”, zou het einde betekenen van de gepriviligeerde positie waarvan het tweede kamp geniet.
De angst van het tweede kamp is dan ook tweezijdig en kent een quasi Marxistische sub- en superstructuur. De superstructuur van hun angst valt vaak op eerste zicht moreel te verdedigen. Hier zullen ze pleiten dat zaken als eigenrichting nooit goed zijn en dat iedereen baat heeft bij een goed functionerend rechtssyteem. Deze angst is vooral een die -zoals hierboven vermeld- zich afwendt tegenover de juridische willekeur van het Ancien Régime. De retoriek die gebruikt wordt om deze angst uit de drukken kent dan een heel klassiek liberale aard. Het probleem met deze superstructurale angst is dan ook dat deze gebruikt wordt om de veel perversere substructurale angst wit te wassen. Deze onderliggende angst gaat, in tegenstelling tot de superstructurale, niet over een vrees voor het algemeen belang. De substructurale angst is iets veel persoonlijker. Deze vreest niet voor het algemeen welzijn maar voor zeer klasse- en eigenbelang gebonden redenen. De echte reden dat diegenen in het tweede kamp zich zo vastklampen aan de juridische grondslagen van de samenleving is omdat ze uiteindelijk baat hebben bij het voortbestaan van die formele regels. Als je aan de top van de toren staat wil je niet dat mensen onderaan gaan knoeien met de funderingen. Zeker niet wanneer je hele wereldbeeld gebaseerd is op een zeer verregaand juridische dogma. Dit laatste is zodanig problematisch dat het hieronder een eigen hoofdstuk verdient.
Juridisch dogma
Het tweede kamp maakt al te vaak de fout van overbodig vertrouwen te steken in de rechtsstaat. Dit argument eist nuancering. Uiteraard is er een mate van merite die men mag toewijden aan het recht. Het is -zoals hierboven al vermeld werd- in haar fundamenten een reactie tegen het absolutisme van het Ancien Régime en is ook superieur over haar voorganger. Uiteraard is het van belang dat de individuele rechten en vrijheden worden beschermd, met geweld als dat moet. Het Belgisch recht is dan in een internationale context een van de betere leerlingen in de klas op vlak van rechtszekerheid3. Maar zelfs de beste leerling maakt fouten en daar moet kritiek op komen met oog op verbetering. Waar het tweede kamp vaak de fout in gaat is elke vorm van constructieve kritiek verwerpen en bestempelen als een poging tot ondermijnen van de gehele rechtsstaat. Vaak haalt men aan dat de rechter onpartijdig en onafhankelijk moet handelen waardoor er absoluut geen sprake kan zijn van vriendjespolitiek of klassenjustitie. “Het systeem zit goed in elkaar hoor!” herinner ik nog uit een gesprek met iemand over de zaak Sanda Dia.
Het probleem hier is tweezijdig. Zelfs als we zouden aanvaarden dat het systeem perfect overeenkomstig met de theorie functioneert betekent dat nogsteeds niet dat men geen open constructieve (of destructieve) kritiek mag uiten. Verder weten we ook goed genoeg dat het systeem sowieso niet perfect als in theorie uitgeschreven staat functioneert, waarop men al zeker kritiek op mag uiten.
In de zaak Sanda Dia hoorden we vooral dat het systeem haar werk goed heeft gedaan en we ons moeten neerleggen bij de schandalig lichte straf die de Reuzegommers hebben gekregen. Ik heb nochthans een aantal bedenkingen over hoe dat een ongelijke samenleving bijdraagt aan ongelijke justitie.
Ten eerste weten we dat de beklaagden in de zaak van elite achtergrond komen en zelf ook veel rechtenstudenten kennen in hun rangen. Dit heeft een ontegensprekelijk effect gehad op hun handelen. Wanneer je zelfs al voor je slachtoffer officieel overleden is aan de telefoon hangt met de beste advocaten in het land kan je verwachten dat je er iets beter voor staat dan iemand met een pro-deo advocaat. Een groot valkuil voor juridische dogmatici is geloven dat het recht op een pro-deo adcvocaat de maatschappelijke ongelijkheid volledig ongedaan maakt. Uiteraard is het een nuttige maatregel, maar een pro-deo advocaat gaat logischerwijze zelden dezelfde kwaliteit kunnen leveren als de toplaag van Belgische advocaten.
Ten tweede kan ik me moeilijk neerleggen bij het idee dat een rechter ooit volledig onpartijdig en onafhankelijk kan zijn. Nogmaals is dit een goed theoretisch principe, maar de uitvoering ervan lijkt me moeilijk volledig te verwezenlijken. We weten bijvoorbeeld dat zwarte Amerikanen systematisch hardere straffen krijgen voor dezelfde misdrijven dan hun witte lansgenoten, ondanks dat er nergens in de wetgeving van de VS een uiterlijk racistische rechtsregel te vinden is5. Amerikaanse juridische dogmatici maken dan ook vaak de fout dat racisme in de jaren 1960 is gestopt met de Civil Rights Movement. De politieke psychologie heeft dan toevallig ook in de jaren 1960 al bevestigd dat er een grotere nood was aan het menselijke te bestuderen binnen de politiek naast louter het staatsrecht6. Deze behaviouralistische wending was de geboorte van de hedendaagse politieke psychologie en heeft gezorgd voor een enorme golf nieuwe inzichten. Eén daarvan is het vaststellen van het bestaan van impliciete vooroordelen. Dit zijn vooroordelen die men vrij onbewust bezit, maar die toch een effect kunnen hebben op gedrag. In haar uitstekend boek White fragility bespreekt Robin Diangelo ook heel uitgebreid hoe racisme en “white supremacy” bijvoorbeeld veel verregaander zijn dan enkel wetgeving en iets is dat heel diep genesteld zit in de psyche van de mens7. Dit doet me enkel vermoeden dat een volledig onpartijdige en onafhankelijke rechter simpelweg niet kan bestaan. Al zeker niet wanneer deze rechter inherent deel uitmaakt van hetzelfde kamp als de beklaagden. We weten minstens al zes decennia dat het recht geen deterministische afspiegeling is van de werkelijkheid, laten we die inzichten dan ook niet uit het oog verliezen.
Wat nu?
Zoals dit essay al aantoonde is er vooral veel gesproken over de dood van Sanda Dia. Uiteraard is het goed dat er gesproken wordt, maar actie is in dit geval dringend nodig. Actie, niet in de vorm van kleinschalige daden van vandalisme of laster tegenover de Reuzegommers. Hoewel wraak soms goed kan voelen is het geen duurzame oplossing. Zoals hierboven vermeld was Sanda Dia’s dood een symbool voor een alomvattend probleem in onze samenleving. Het feit dat het gemak van het leven nogsteeds voor het grootste deel afhangt van een geboorteloterij.
De discussie rond deze geboorteloterij aanpakken is even oud als de mens zelf. Antwoorden en oplossingen hierop variëren van Thomas Hobbes tot John Rawls en van Karl Marx tot Peter Kropotkin. Het tweede kamp zal zijn sympathie eerder leggen bij een Hobbesiaans antwoord. De geboorteloterij is nodig omdat deze zorgt voor cohesie en functionaliteit van de samenleving. Hierin zijn ze vrij unitair en solidair met elkaar. Dit omdat die geboorteloterij het tweede kamp goed uitkomt.
Het eerste kamp is dan weer vrij verdeeld in hun antwoorden. Sommigen willen een hervorming van het systeem zonder de fundamenten aan te tasten. Eerder dan de bron van de ziekte te bestrijden zal men symptomen proberen te verminderen. Dit valt binnen een Rawlsiaans denkkader. Het idee dat we moeten zorgen voor gelijke kansen, niet gelijke uitkosmten om een echte meritocratie te verwezenlijken. Dit lijkt mij binnen de geopolitieke context waarin België zich bevindt de meest plausibele oplossing. Onderaan ga ik dieper in over mogelijke beleidsvoorstellen om dit Rawlsiaans model beter toe te passen.
Meer grootschalige antwoorden liggen dan bij de revolutionaire denkkaders. Marxisten en anarchisten stellen beiden dat het probleem niet oplosbaar is door enkel de symptomen te verzorgen en dat een machtsongelijkheid principieel verantwoordelijk is voor de geboorteloterij. Een machtsongelijkheid in relatie tot eigendom over productiemogelijkheden zal enkel ongelijkheid veroorzaken in andere sferen van de samenleving. Daarboven zal die machtsongelijkheid gelegitimeerd worden vanuit de filosofie van de bezittende klasse die opgelegd wordt op de werkende (bezittingsloze) klasse. Op descriptief niveau staan deze revolutionairen vaak zeer sterk in hun schoenen. Ze schijnen een licht op de diepere perversies van onze samenlevingen en dit is enorm waardevol. Een grote kritiek op deze denkers is dan weer dat ze prescriptief hun eendracht verliezen en plots aan polair tegengestelde kanten van een aantal politiek breuklijnen staan. Daarboven hebben beide denkkaders in geschiedkundige zin niet de beste reputatie in veel mensen hun ogen. Toegeven dat de USSR een oude tyrannie heeft vervangen met een nieuwere vorm ervan ligt nogsteeds heel moeilijk bij velen in het Marxistische kamp. De anarchisten hebben dan ethisch gezien een betere CV, maar hebben weinig grootschalige ervaring. Uiteraard pleit ik niet dat we puur op basis van een aantal gefaalde experimenten deze denkkaders volledig moeten verwerpen. De utopie die beide denkstromingen schetsen zijn mooie modellen en toetsstenen voor beleid dat gelijkheid waardeert, maar pleiten voor een revolutie via een internetblog is flauw. De stelling van Zizek: “Wat doen we de dag na de revolutie?” schiet me binnen.
“Realistisch” beleid zou zich dan moeten focussen op de onderliggende ongelijkheden die uiteindelijk gezorgd hebben voor de dood van Sanda Dia zo effectief mogelijk aan te pakken, zonder de mate van stabiliteit en internationale integriteit van België al te veel schade aan te brengen. Dit, niet omdat ik een of andere grote patriotische vaderlandsliefde ken, maar vooral omdat een veilige staat ook meestal veilige burgers betekent.
Een groot deel van deze ongelijkheid start ook aan de schoolbanken. België kent een heel duistere segregatie dat leidt voor een piramide van witte kinderen “bovenaan” in ASO en al de rest in afdalende mate in de TSO en BSO richtingen. KSO houd ik hier buiten de analyse omdat het binnen de elitaire retoriek minder een predictor is voor “intelligentie”. Over hoe we deze segregatie aanpakken doet de VUB momenteel onderzoek.
Verder moet er iets gedaan worden aan deze elitaire studentenclubs en de normalisering van perverse dooprituelen. Deze worden heel vaak goedgepraat uit een conservatief standpunt dat het “traditie” is. Hier neem ik een scientistisch standpunt en stel ik simpelweg dat tradities irrationeel en daarboven altijd aan kritiek onderwerpbaar zijn. Tradities komen en gaan en dat is een goed ding. Hier zou dat een verfrissing zijn die ik en veel anderen met open armen opwachten.
Ook moet men de opwaartse mobiliteit makkelijker realiseerbaar maken zodanig dat er geen nood meer is om deel te moeten maken van zulke studentenclubs en netwerken als Reuzegom. Netwerken die trouwens “outsiders” nooit volledig als een van hun aanvaarden, maar over dat laatste volgt nog een volledig ander essay.
Al in al mogen we Sanda Dia en zijn gruwelijke dood nooit vergeten. Noch als individueel gebeuren noch als symbool voor bredere ongelijkheden.
Notities
- Een nieuwsbericht van VRTNWS op maandag 20 maart 2023 waarvan de titel context schept om te doen herinneren wie Sanda Dia was: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/kijk/2023/03/20/familie-van-sanda-dia-arvato-56157786/
- Brader, T., & Marcus, G. E. (2013). Emotion and political psychology.
- DEBERSAQUES, G. (2019). en DE JONCKHEERE, M. Inleiding tot het recht.
- Chang, H. J. (2012). 23 things they don’t tell you about capitalism. Bloomsbury Publishing USA.
- Tourse, R. W., Hamilton-Mason, J., & Wewiorski, N. J. (2018). Systemic racism in the United States. Cham, Switzerland: Springer International.
- Eulau, H. (1968). The behavioral movement in political science: a personal document. Social Research, 1-29.
- DiAngelo, R. (2016). White fragility. Counterpoints, 497, 245-253.
Leave a comment